Sprundels dialect: klank- woord en zinsverschijnselen

ABNSPRUNDELS DIALECT
gaan-staan-maangaon-staon-maon
bank-dank-stankbaank-daank-staank
dans-gans-kansdaa(n)s-gaa(n)s-kaa(n)s
band-hand-landbaand-haand-laand
noot-goot-lootnòòt-gòòt-lòòt
poot-boot-stootpwóót-bwóót-stwóót
dood-rood-looddwóód-rwóód-lwóód
boon-woon-toonbwóón-wóón-twóón ( muziek )
eerst-eer-eenderjist-jir-jinder
heel-helemaal-heetjil-jilemaol-jit
boom-loom-roombwóóm-lwóóm-rwóóm
roos-Koos-Toon (namen)ròòs-Kòòs-Tòòn
doos-boosdwóós-boos ( verschil )
loop-doop-hooplwóóp-dwóóp-wóóp
(steen)kolen en kolen (groente)kòle en kwóóle
leem-zeemljeem-zjeem
benen-tenenbjine-tjine
tekenentjikene
kind-pink-Sinterklaaskiend-pienk-Sienterklaas ( Antwerps)
gesp-wesp-Nispen-kwispelen-rasp-mispelgeps-weps-Nipsen-kwipselen-raps-mipsel
dorp-drop-korfdûrp-drûp-kûrf
kaars-paars-laars-Sint Maarten-kaas-kaasschaafkèè(r)s-pèè(r)s-lèè(r)s-Sienteremèèrte-kèès-kèèsschaof
komend jaar, komende weekkommet jaor, kommede week
bankje-vlagje-jongetjebangeske-vlaggeske-jongeske
takje-bakje rokje-bokjetakske-bakske rokske-bokske
belletje-schijfjebelleke-schèfke
bloempjeblommeke
duifje-druifjedùfke-drùfke
duimpje-buikje-kruikjedùmke-bùkske-krùkske
ruiken-duivelruue-duuvel (suiker is geen suuker)
door-mogen-molen-zoondeur-meuge-meule-zeun
aap-aapje jaar-jaartjeaop-òpke jaor-jòrke
kastanje-kantoor-kantine-kanon-konijnkestonnies-ketoor-ketine-kenon-kenijn
bloempjeblommeke
dorst-Kerstmisdùst-Kesmis
erg-verf-werk-zerk-kerkaarg-varf-waark-zaark-kerk (geen kaark )
oorbel-oorapparaatwóórbel-wóórapperaat
hoor hem nuwóór zèèn nou
niet doen hoornie doen wóór
oogsten, oogstappeltjes, ’t oostenwóóste, wóóstappeltjes, ’t wóóste
komende week, komend jaarkommede week, kommet jaor
ik stak mezelf in mijn vingerik stòòk m’n èège in munne vienger
ik breek, hij breekt, ik spreek, hij spreektik bréék, ij brikt, ik spréék, ij sprikt ( Duits )
brengen, bracht, gebrachtbrenge, brocht, gebrocht
schaatsen, kaatsenschetse, ketse
vriezen, vroor, gevrorenvrieze, vròòs, gevròòze
ik heb wat/jij hebt wat/hij heeft watik em wa/ gij è wa/ ij ee wat
wij/jullie/zij hebben watwij /gûllie/zûllie emme wa
ik had niets/wij hadden ook nietsik aar niks/wij aare wóók niks
hij heeft het gekochtij eeget gekocht
jij hebt het nog niet gedaangegget nog nie gedaon
jij hebt ze niet geziengesse nie gezien
heb jij dat gezegd?edde gij da gezééd?
jullie hebben hem geziengûllie ettem gezièn
wij hebben dat witte paard gezienwemme da wiet pèèrd gezien
wie we daar hebbenwieme daor emme
zij hadden het niet gezienzûllie aarenet nie gezièn
heb je nog aardappels nodig?edde nog èèrpels nwóódig?
ik ben ziek/ jij bent ziek/hij is ziek/wij-jullie-wij zijn ziekik zen ziek/gij zè ziek/ij is ziek/ wij-jûllie-zûllie zen ziek
wat heb je gedaan?wa zèède wieste doen?
wat had je gedaan?wa waarde wieste doen?
als ik jou was, dan ….ak jou waar, dan …
dat is niet waardadis nie waor
als je dat maar niet doetagge (adde)da mar nie doèt
als hij dat maar niet doetattie da mar nie doèt/asattie da mar nie doèt
kom je ook?komde wóók?
komt het dinsdag uit?kommet destag uìt?
vrijdags gaat ze naar de marktfrijdas gao ze nor de mart
doe ook eens watdoewóókis wa
wat heb je daar nou aan?wadedde daor nou aon
weet je het alwittut al?
hij wist het nietij wieset nie
ze wist bijna niet meer hoe ze het hadze wies tenostebij niemer oesset aar
we hebben wel eens 10 uur achtereen gehooidwemme wel gewiest d’amme 10 uur aachter mekaor emme gewóóid
heb je weer wat?edde wir wa
neem dit maar meenimtimmar meej
ik dacht dat je wat zeiik docht da de wa zeej
dat kan ik niet hoorda ka(n)knie wóór
daar heb je Jan/Piet/Kees aandaor edde Janne/Piete/Keeze aon
daar komt oma aandaor edde opoes aon
hoor hem nu!wóór zèèn nou!
hij werd eerste met hardlopenij wier jist meej ardlwóópe

Geluidsfragmenten

aap_aapje_jaar_jaartje
als_ik_jou_was_dan
als_je_dat_maar_niet_doe
band_hand_land
bank_dank_stank
bankje_vlagje_jongetje
belletje_schijfje
benen_tenen
bloempje
blommeke
boom_loom_room
boon_woon_toon
brengen_bracht_gebracht
daar_heb_je_jan_piet_kees_aan
daar_komt_oma_aan
dans_gans_kans
dat_is_niet_waar
dat_kan_ik_niet_hoor
doe_ook_eens_wa
dood_rood_lood
door_mogen_molen_zoon
doos_boos
dorp_drop_korf
dorst_kerstmis
duifje_druifje
duimpje_buikje_kruikje
eerst_eer_eender
erg_verf_werk_zerk_kerk
gaan_staan_maan
gesp_wesp_nispen_kwispelen_rasp_mispel
heb_je_nog_aardappels_nodig
heb_je_weer_wat
heb jij dat gezegd
heel_helemaal_heet
hij_heeft_het_gekocht
hij_werd_eerste_met_hardlopen
hij_wist_het_niet
hoor hem nu
ik_ben_ziek_jij_bent_ziek_hij_is_ziek_wij_jullie_wij_zijn_ziek
ik_breek_hij_breekt_ik_spreek_hij_spreekt
ik_dacht_dat_je_wat_zei
ik_dacht dat ik brak
ik_had_niets_wij_hadden_ook_niets
ik_heb_wat_jij_hebt_wat_hij_heeft_wat
ik_stak_mezelf_in_mijn_vinger
jij_hebt_het_nog_nie_gedaon
jij_hebt_ze_niet_gezien
jullie_hebben_hem_gezien
kaars_paars_laars_sintmaarten_kaas_kaasschaaf
kastanje_kantoor_kantine_kanon_konijn
kind_pink_sinterklaas
kolen_en_kolen
kom_je_ook
komend_jaar_komende_week
komende week_komend_jaar
komt_het_dinsdag_uit
loop_doop_hoop
neem_dit_maar_mee
niet_doen_hoor
noot_goot_loot
oogsten_oogappeltjes_t_oosten
oorbel_oorapparaat
poot_boot_stoot
roos_koos_toon
ruiken_duivel
schaatsen_kaatsen
takje_bakje_rokje_bokje
tekenen
vriezen_vroor_gevroren
vrijdags_gaat_ze_naar_de_markt
wa_zeede_wieste_doen
wat_had_je_gedaan
wat_heb_je_daar_nou_aan
we_hebben_wel_eens_10_uur_achter_elkaar_gehooid
weet_je_het_al
wie_we_daar_hebben
wij_hebben_dat_witte_paard_gezien
wij_jullie_zij_hebben_wat
ze_wist_bijna_niet_meer_hoe_ze_het_had
zij_hadden_het_niet_gezien
Scroll naar top